Fusing
is een eeuwenoude glastechniek waarbij meerdere lagen glas op elkaar worden gelegd en vervolgens in een oven worden verhit tot ze versmelten tot één geheel. Door verhitting tot het smeltpunt ontstaat een homogeen, vaak kleurrijk kunstwerk of decoratief object.

Een glastechniek met diepe wortels

Fusing is niet nieuw — integendeel. Deze techniek wordt al meer dan 3500 jaar toegepast en is daarmee één van de oudste methodes om glas te bewerken. Haar oorsprong ligt in het oude Mesopotamië en Egypte, waar ambachtslieden kleine sierobjecten als kralen en amuletten creëerden.

Gedurende ongeveer twee millennia bleef glasfusing dé manier om glas te vormen, tot het glasblazen opkwam als snellere en flexibelere techniek. Toch verdween fusing nooit helemaal: in de middeleeuwen bleef het een belangrijke techniek voor onder meer glas-in-loodramen.

In de 19e eeuw maakte fusing haar herintrede in Europa, en sindsdien heeft de techniek zich verder ontwikkeld tot een moderne kunstvorm.

Fusing vandaag

Tegenwoordig is fusing een veelzijdige techniek die zowel in ambachtelijke als artistieke context wordt gebruikt. Het laat toe om vlak, gebogen en gethermoformeerd glas te combineren tot unieke creaties. Denk aan decoratieve panelen, verlichtingselementen, meubels en kunstobjecten.

Wat ooit begon als een praktisch ambacht, is uitgegroeid tot een expressieve kunstvorm – van gebruiksvoorwerp tot modern kunstwerk.
Een lopend vuurtje was het begin.